80-jarige oorlog

Een oorlog, van 1568 tot 1648, van een mensenleven lang. Tot 1568 behoren de Nederlanden tot het Spaanse Koninkrijk. Binnen dit koninkrijk is slechts plaats voor één godsdienst, het katholicisme. In deze oorlog zijn de Nederlandse gewesten in opstand gekomen tegen het koninklijk gezag, de Spaanse overheersing, de strafmaatregelen van de Spaanse gezant, Alva tegen de Nederlandse ketters en in het bijzonder tegen de belastingen (Tiende Penning).

 In deze oorlog hebben vooral de Achterhoek en Twente zwaar te lijden gehad, omdat hier een heel cordon van vestingen het strijdtoneel is geweest: Bredevoort, Doesburg, Doetinchem, Zutphen, Groenlo, Lochem, Enschede, Oldenzaal, Ootmarsum. Groenlo of Grol is door de Spaanse koning Karel de Vijfde rond 1550 als vestingstad uitgebouwd tot het sterkste steunpunt in het oosten. De stadsmuren van de Middeleeuwen zijn dan niet meer bestand tegen het krijgsgeweld.

In de Tachtigjarige Oorlog gold dat de partij die de steden beheerste, ook het omringende land beheerste. Elke stad die de poorten voor een aanvallend leger sloot moest een belegering ondergaan om op andere gedachten gebracht te worden. Grolle is verschillende keren door beide zijden belegerd.

 In 1627 vergaderden in Den Haag de Staten Generaal over de wijze van voortzetting van de oorlog tegen de Spanjaarden. Na veel wikken en wegen (de machtigste gewesten, Holland en Zeeland, wilden de oorlog op zee verder voeren) werd toch besloten "die starcke stad Grol aan te tasten". De voorbereidingen vonden in het grootste geheim plaats. Het Staatse leger, bestaande uit 20.000 man voetvolk en 5.000 ruiters, werd via de Lek en de Rijn naar het oosten verscheept. De Spanjaarden wisten inmiddels dat er een groot Staats leger op weg was, maar het was onduidelijk welke stad het doelwit van de aanval zou worden. Om de vijand op een dwaalspoor te brengen werd een schijnaanval uitgevoerd op het Duitse stadje Goch. Inmiddels ging de hoofdmacht op 17 juli 1627 in Emmerich van boord en vertrok direct richting Grolle. Op de avond van 20 juli kwam het Staatse leger voor de stad. Bij de slag om Grol die volgde werd met man en macht gevochten om de allersterkste vesting in de Nederlanden: het stadje Grol. Dat was op dat moment in het bezit van de Spaanse troepen. Het is door de stedendwinger Prins Frederik Hendrik, jongste zoon van Willem van Oranje, in dertig dagen veroverd. Groenlo werd ingenomen door Frederik Hendrik. Daarmee verloren de Spanjaarden hun belangrijkste bolwerk in het oosten van het land; het was de opmaat voor het verdrijven van de bezettingsmacht en derhalve een feit van meer dan regionaal belang.

In de Nederlandse geschiedenis speelt Münster een vooraanstaande rol. Tachtig jaar na het begin van de Nederlandse Opstand tegen de Spaanse koning werd in 1648 in de Westfaalse hoofdstad Münster, de vrede tussen Nederland en Spanje getekend. Het vredesverdrag was het resultaat van vier jaar moeizaam onderhandelen.